Steun ons en help Nederland vooruit

Publicaties

Inbreng raadsvergadering fractie D66 d.d. 20 mei 2014

Coalitie-akkoord 2014-2018

Raadsvergadering 20-05-2014

Voorzitter,

Voordat we over het coalitie-akkoord zelf spreken eerst nog een paar opmerkingen over de vorming van het college op zich. Vanuit de  3 partijen die in de oude coalitie vertegenwoordigd waren gezien, en de door Gemeentebelangen expliciet uitgesproken wens om een breed college te vormen, is de keuze voor GB, VVD, CDA en SP te begrijpen. Op de schaal van links naar rechts kan eigenlijk geen breder college gevormd worden. D66 vindt dat ook een goede keuze en kan daar in meedenken. Gezien de opgaven die op  gemeenten afkomen zijn wij er ook van overtuigd dat het een verstandige keuze is. Wel vindt D66 het jammer dat daarnaast niet gekeken is naar een brede coalitie als je naar de verhouding progressief-conservatief hier in de raad kijkt. Met in het achterhoofd de uitgesproken wens om de bestuursstijl te veranderen, het genoemde verbindend bestuur, was het in de eerste plaats natuurlijk logisch geweest om juist D66 in het college op te nemen. Helaas bleek tot onze grote verbazing dat we ons in de politieke werkelijkheid vergist hebben. Maar we willen daar geen woorden meer aan vuil maken, een goed verstaander heeft maar een half woord nodig. Zoals u van D66 gewend bent zullen we het voorliggende akkoord op een positief-kritische manier benaderen en een aantal kanttekeningen plaatsen.

Om te beginnen wil D66 zijn waardering uitspreken voor de gekozen benadering. Het ademt inderdaad een heel andere sfeer uit dan het coalitie-akkoord 2010-2014. Dat begint voornamelijk met de keuze voor een verbindend bestuur. U zult begrijpen dat D66 daar achter staat, het zit onze partij in de genen. Wij hebben altijd aangegeven bestuurlijke vernieuwing te willen en zijn dan ook verheugd dat college dit nu serieus neemt en daarmee aan de slag wil. Dat zal nog de nodige moeite kosten om daar een goede invulling aan te geven. Niet alleen voor raad en college, maar natuurlijk ook voor de ambtelijke organisatie. Het college zal daarbij het voortouw moeten nemen en D66 is er dan ook blij mee dat ons idee  is gevolgd om daar één wethouder verantwoordelijk voor te maken.  Wij hebben zelf voor de verkiezingen een voorzetje gedaan en inmiddels hebben we begrepen dat sommige partijen er wel voor voelen om van daaruit verder te gaan praten. Positief dus.

Een heikel punt is de regionale samenwerking. Het akkoord is daar redelijk duidelijk over: geen exclusieve partners, geen exclusieve schaal en geen herschikking van het bestuurlijk landschap. Maar als we de brief van Gedeputeerde Staten van 26 maart jongstleden aan het college goed lezen zal het wel eens moeilijk kunnen worden om deze uitgangspunten boven water te houden. In de brief worden zeer duidelijk bestuurlijke clusters benoemd, waarvan Oosterhout-Geertruidenberg-Drimmelen er één is. D66 is benieuwd hoe de Provincie op dit statement van het college zal reageren. Overigens zijn wij het met het college eens dat het voor de hand ligt om de samenwerking binnen de stadsregio Breda-Etten-Leur-Oosterhout te intensiveren.

Dan komen we aan bij het sociaal domein zoals dat zo mooi benoemd is. Allereerst wil D66 daarbij aangeven blij te zijn dat de suggestie, die wij ook noemden, in de eerste ronde van de coalitieonderhandelingen is overgenomen om de drie transities vanuit het Rijk bij drie verschillende wethouders onder te brengen. Naar ons idee was dat noodzakelijk om ervoor te zorgen dat overal de nodige aandacht aan besteed kan worden en niet één wethouder binnen het college de kop van Jut zou worden als er iets fout gaat. En het college geeft zelf aan dat dat niet uit te sluiten valt. Wat hierbij verder opvalt is dat de hele paragraaf nogal vaag is en dat veelvuldig de vraag boven komt drijven hoe het college denkt de op ons afkomende problemen te tackelen. Maar ja, daar kan het college ook niet zoveel aan doen. Er is nog veel niet duidelijk. Het bergt wel het gevaar in zich dat in de toekomst spanningen in de coalitie kunnen ontstaan, zeker gezien het brede links-rechts karakter. En op pagina 10 zien we een geweldige adder onder het gras. Daar worden 2 uitgangspunten beschreven die elkaar tegen lijken te spreken.

Het eerste is dat “inwoners van onze gemeente, die zorg en ondersteuning nodig hebben ook passende zorg en ondersteuning ontvangen. Het kan en mag niet voorkomen dat de gemeente tegen het einde van het jaar ´nee´ moet verkopen, alleen om de reden dat het budget op is”. Het sociale uitgangspunt.

Het tweede is “dat Oosterhout die zorgbehoefte van mensen binnen de transities invult binnen de gelden die ze daarvoor van het Rijk krijgt”. Het uitgangspunt van de rekenmeester.

D66 is benieuwd welk uitgangspunt het college leidend vindt, maar eigenlijk nog benieuwder naar wat de verschillende partijen binnen de coalitie daarover denken. Misschien kunt u dat allen eens toelichten. Wel denken we dat het mogelijkheden voor inbreng van de oppositie vergroot, zeker als de beloofde openheid binnen de gemeenteraad daadwerkelijk gestand gedaan wordt. En daar gaan we vooralsnog vanuit. Alles bij elkaar in onze ogen toch een positieve ontwikkeling.

Waar D66 wel wat vraagtekens bij heeft zijn de omschrijvingen ten aanzien van een verplichte tegenprestatie voor een uitkering. De criteria zijn onduidelijk. Hier is geprobeerd om de kool en de geit te sparen. Dat kan nooit goed aflopen. Het is alleen de vraag voor wie. Daarnaast roept de omschrijving dat de tegenprestatie niet kan worden ingezet in de lijfgebonden mantelzorg vraagtekens op. Betekent dat ook, dat iemand die lijfgebonden mantelzorg levert daarnaast toch nog een andere tegenprestatie moet leveren? Dat zal toch niet de bedoeling zijn?

Voorzitter, verder willen we bij deze gelegenheid niet te veel op details ingaan. Alleen al omdat er nog zoveel onduidelijk is, maar ook omdat het nog uitgebreid aan de orde zal komen.

Dan werkgelegenheid en economie. De bedoelingen van het college zijn goed en de richting die wordt aangegeven kan D66 zeker onderschrijven. Maar hier komt de vraag hoe  het college het wil doen wel erg pregnant naar voren. Vooral bij de bruisende binnenstad gaat dat op. U zal bijvoorbeeld begrijpen dat D66 er niets van begrijpt dat er met geen woord gerept wordt over de stads- of city-manager. Tijdens de campagne was toch iedereen daarvoor? Wel zijn we het er mee eens dat de wijkwinkelcentra extra aandacht moeten krijgen. Maar ook hier willen we verder niet teveel op details ingaan.

Dan de levendige gemeente. Het wordt ééntonig, maar weer kunnen we de intensies van het college volledig onderschrijven. Het is D66 dat altijd op goed onderwijs hamert, dat mag dus inderdaad niet onderschat worden. We zijn dan ook ingenomen met het feit dat de brede scholen gered lijken.  Toch heeft D66 hier voor het eerst een groot punt van kritiek. En dat is de volslagen onderwaardering van cultuur, terwijl iedereen zo langzamerhand wel weet dat het voor een stad net zo belangrijk is als alle andere aspecten. Dat blijkt wel aan het belang wat de provincie er aan hecht. Maar hier in Oosterhout begint dit college meteen weer te knibbelen aan nog vlak voor de verkiezingen genomen besluiten over H19. D66 vindt dat ongelofelijk. De focus blijft teveel gericht op georganiseerde sport.  Zelfs het vrije sporten komt niet goed aan bod.

Voorzitter, laten we naar ruimte en ontwikkeling gaan, en daar kunnen we kort over zijn. Op twee puntjes na zijn we het volledig met het college eens. Ten aanzien van Diftar blijven we van mening verschillen. En de nieuwe rioolheffing is een ordinaire lastenverhoging voor de burgers, waarvan we niet begrijpen dat juist de SP daarmee instemt.  Waar we wel weer blij mee zijn,  is dat de motie van D66 en de Onafhankelijke Fractie over de verkeersborden eindelijk uitgevoerd gaat worden.

Dan de middelen, het geld dus. In dit kader zullen we, ook om het niet al te lang te laten duren,  het meeste daarvan als kennisgeving aannemen, want D66 kan zich in grote lijnen in de uitgangspunten vinden. Een paar dingen zijn ons opgevallen. Ten eerste dat er nog niet gesproken wordt over hoe de nog noodzakelijke bezuinigingen ingevuld kunnen worden. Ten tweede dat hier op pagina 34 weer de nadruk wordt gelegd op het feit dat in beginsel niet meer wordt uitgegeven dan het bedrag van een doeluitkering van het Rijk aan het beoogde doel. Dat zijn dus zaken die in de toekomst voor onrust kunnen zorgen.

En in dit kader vraagt D66 zich af of de beoogde verandering van bestuursstijl wel gediend is met het feit dat het Meerjarenbeleidsplan pas bij de behandeling van de begroting op tafel komt. De bedoelingen zullen ongetwijfeld goed zijn, maar wij denken dat door deze keuze het risico bestaat dat onder druk van de tijd het juist moeilijker wordt om ideeën van zowel raad als maatschappelijke partners goed in begroting en meerjarenramingen te verwerken.

Bij de portefeuilleverdeling heeft D66 nog één opmerking. D66 mist een portefeuille  Vrijwilligers en Mantelzorg. Wij zijn bang dat de aandacht daarvoor nu versnipperd zal worden. En in onze ogen kan dat niet goed zijn. In het verleden is gebleken dat een dergelijke portefeuille werkt en het zal nu noodzakelijker zijn dan ooit. Misschien kan het college daar alsnog eens goed naar kijken.

Conclusie: D66 denkt dat er met dit coalitie-akkoord een goede weg ingeslagen is. En wij willen er zeker aan meewerken om de goede bedoelingen gerealiseerd te krijgen

Dank u voor de aandacht.

Gepubliceerd op 21-05-2014 - Laatst gewijzigd op 22-11-2018